Houtkantenbeheer als basis voor lokaal biomassakringloopsysteem

In Kinrooi en Maaseik werd de voorbije twee jaar naar antwoorden gezocht op een actueel vraagstuk: kunnen lokale biomassastromen — houtsnippers en natuurmaaisel — worden omgezet in een kwaliteitsvolle bodemverbeteraar die economisch én praktisch haalbaar is?
Het project Biomassa van Waarde werd financieel ondersteund door Leader Maasland en bracht landbouwers, natuurorganisaties en gemeenten samen om die vraag in de praktijk te testen. Regionaal Landschap Kempen & Maasland, Proef en Vormingscentrum voor de Landbouw en Boerennatuur Vlaanderen werkten samen om te onderzoeken hoe lokale reststromen uit natuur- en landschapsbeheer kunnen worden omgezet in waardevolle bodemverbeteraars voor de landbouw.

Een eerste grote pijler van het project was de volledige inventarisatie van de houtkanten in Kinrooi en Maaseik en de registratie ervan in een digitale GIS‑kaartlaag. Die inventaris vormde de basis voor geïntegreerde visie‑ en beheerplannen per gemeente, waarin zowel de structuur van de houtkanten als de kansen voor nieuwe aanplant, herstel en achterstallig beheer in kaart werden gebracht. De gesprekken met de gemeenten leidden ertoe dat Kinrooi eind 2025 besliste om budget vrij te maken voor structureel houtkantenbeheer.

Composteringsproef met drie mengverhoudingen

Parallel aan deze inventarisatie werd een composterings­experiment uitgevoerd, waarbij natuurmaaisel en houtsnippers afkomstig van beheerde graslanden en houtkanten van Natuurpunt werden samengebracht op een professionele composteringssite. Er werden drie mengverhoudingen getest — 50/50, 35/65 en 65/35 — om te bepalen welke combinatie het best composteert en welke praktische uitdagingen daarbij komen kijken.

Door nat maaisel en relatief oud hout verliep het composteringsproces moeizaam en moesten de hopen vaak gekeerd worden om zuurstof en temperatuur op peil te houden. Toch resulteerde het experiment in een stabiele, homogene compost die werd uitgereden op een landbouwperceel van 2 hectare in Kinrooi, goed voor ongeveer 13,5 ton per hectare. De verschillen in eindresultaat tussen de drie mengverhoudingen bleken in de praktijk beperkt, al vroeg vooral de hoop met een hoog aandeel gras veel extra arbeid.

PHOTO-2026-01-12-09-30-57(1)
Houtsnippers rechtstreeks inwerken

Naast compostering werd ook het rechtstreeks inwerken van houtsnippers getest, onder meer via een houtkantenbeheeractie in Tösch‑Langeren in samenwerking met Limburgs Landschap. De snippers werden daar afgevoerd naar een landbouwer in Kinrooi die snippers inwerkte op zijn akkers waarop groenten geteeld worden. 

Voor veel landbouwers lijkt het rechtstreeks inwerken van snippers aantrekkelijker dan compostering, omdat houtsnippers niet meetellen in de mestbalans en dus geen extra druk zetten op de mestafzet. Wel moet rekening worden gehouden met tijdelijke stikstofimmobilisatie, waardoor het inwerken bij voorkeur in het najaar gebeurt, gevolgd door een groenbemester.

Wat landbouwers denken: kansen én drempels

Om zicht te krijgen op de interesse van landbouwers organiseerden de projectpartners workshops in Kinrooi en Maaseik. Daaruit bleek dat landbouwers wel degelijk potentieel zien in boerderijcompostering en in het gebruik van lokale biomassa voor bodemverbetering. Het draagt bij aan de hoeveelheid organische stof in de bodem en het verbetert de bodemstructuur. 

Tegelijk kwamen belangrijke drempels naar voren die boerderijcompost minder aantrekkelijk maakt voor landbouwers: onduidelijkheid in het wetgevend kader rond boerderijcompostering, hoge arbeidskosten voor opvolging van composthopen, onzekerheid over structurele aanvoer van snippers en de impact van de mestwetgeving. De workshops maakten duidelijk dat landbouwers openstaan voor samenwerking met natuurorganisaties, op voorwaarde dat de kosten en risico’s eerlijk verdeeld worden.

IMG_8977
Samenwerking landbouw–natuur–gemeenten

Het project bracht landbouwers, gemeenten en natuurorganisaties dichter bij elkaar en leidde tot nieuwe gesprekken over structureel houtkantenbeheer en nieuwe mogelijke samenwerking met betrekking tot de verwerking van lokale biomassastromen.

Tegelijk werd duidelijk dat een volledig lokaal biomassakringloopsysteem vandaag nog niet realistisch is. De aanvoer van voldoende snippers is onzeker, het composteringsproces vraagt veel arbeid en expertise en het wetgevend kader rond boerderijcompostering in samenwerkingsverband is nog in ontwikkeling.

Fundamenten voor de toekomst

Toch leverde Biomassa van Waarde waardevolle inzichten op die de basis vormen voor verdere stappen in de regio. De kennis over compostering, logistiek, bodemtoepassing en samenwerking is toegenomen en de interesse bij landbouwers om met lokale biomassa aan de slag te gaan groeit. De fundamenten voor een toekomstig biomassakringloopsysteem zijn gelegd, al vraagt de uitbouw ervan nog bijkomende randvoorwaarden, ondersteuning en duidelijkheid in regelgeving.

Get in touch

Contact Us