De zeugen verhuizen 1 week voor het werpen naar de kraamstal, hier verblijven ze in vrijloopkraamhokken waardoor ze op een comfortabele manier voor hun biggen kunnen zorgen.
Na een zoogperiode van 28 dagen hebben de biggen een gemiddeld gewicht van 8 kg bereikt en wordt er gespeend. Hierna verhuizen de biggen naar de biggenafdeling en de zeugen naar de dekstal.
Voor het comfort van de zeug wordt de kraamstal op 20 °C gehouden. Voor de biggen is dit echter veel te koud; daarom is elk kraamhok voorzien van een apart biggennest. In dit nest wordt een temperatuur van 30-35 °C aangehouden. Dit microklimaat ontstaat door het gebruik van een verwarmd waterbed met, indien nodig, een extra warmtelamp.
Het biggennest bevindt zich tegen de controlegang en is afgewerkt met een kap van plexiglas. Zo kunnen de biggen nauwkeurig worden opgevolgd zonder het hok te betreden.
Elke voerbak is voorzien van een sensor waarmee de zeug via een “drukknop” zelf kan bepalen hoeveel voer ze krijgt. Op deze manier kunnen we altijd zien hoeveel elke zeug eet en snel ingrijpen bij afwijkend eetgredrag, bijvoorbeeld door ziekte.
Daarnaast wordt de mest onder de kraamhokken opgevangen in mestpannen. Omdat hier de mest snel wordt afgevoerd en er een gescheiden water- en mestgedeelte is onder elk hok, zal er minder ammoniak in de lucht aanwezig zijn.
Wist je dat:
Elk varken dat op PVL aanwezig is, wordt voorzien van een elektrisch oornummer? Met dit oornummer kunnen wij automatisch belangrijke gegevens koppelen en traceren van elk individueel dier zoals de groei, de genetische afkomst, de slachtgegevens en nog veel meer.