Het platteland kan omschreven worden als ‘landelijk gebied’ oftewel het gebied waar dorpen, velden, akkers, weilanden en natuur elkaar afwisselen. De landbouwsector is vandaag nog steeds de belangrijkste actor in de open ruimte. Echter, om de biodiversiteit, die het platteland eigen maakt te kunnen blijven behouden is een duurzame werkmethodiek uitermate belangrijk. Die biodiversiteit is uiterst belangrijk voor ons milieu, de landbouw en de beleving op het platteland.
Onkruiden worden een steeds groter en moeilijker aan te pakken probleem, zowel in het behoud van de biodiversiteit als de impact op de werking van een duurzaam landbouwbedrijf. Zeker de typische probleemonkruiden zoals knolcyperus, doornappel, Japanse duizendknoop, sint- jacobskruiskruid en reuzenberenklauw overwoekeren vaak andere inheemse planten of zijn zelfs giftig en vormen een direct gevaar voor mens en dier.
Ondanks de grote invloed die ze kunnen hebben, heerst er tot op vandaag nog zeer veel onwetendheid en ontbreekt vaak de kennis om een onderscheid te kunnen maken tussen planten die geen probleem vormen en planten waar een bestrijding hoogstnoodzakelijk is. Dat het verwijderen van bepaalde planten daarenboven bijkomende persoonlijke bescherming vraagt is evenmin gekend.
Ook de bestrijding zelf is niet altijd evident. De inspanningen die nodig zijn om toekomstige problemen verder in te perken zijn enorm groot en vraagt medewerking van iedereen die participeert op het platteland. De wijze waarop de verschillende stakeholders het probleem aanpakken zal echter divers zijn (manueel/machinaal, met of zonder gewasbeschermingsmiddelen). Daar de gangbare middelen lijken te falen, dringen de innovatieve bestrijdingsmethoden zich op.
Het doel is dan ook, door het opzetten van een campagne gericht op 3 verschillende doelgroepen, de kennis te verhogen en te wijzen op de gevaren om zo tot acties te komen op het terrein.
Eerste doelgroep: particulieren
Particulieren zijn zich niet altijd bewust van de problematiek maar vaak wel een groot engagement tonen in het verhogen van de biodiversiteit (vb. bloemenstroken, maai mei niet, …). Door een verhoogde bewustwording zullen zij, zelfs op kleine schaal, al heel belangrijke stappen kunnen zetten in het verhogen of in stand houden van de biodiversiteit en dragen zij, door het verlagen van de mogelijkheden tot onkruidverspreiding bij aan een duurzaam landbouwmodel.
Tweede doelgroep: groendiensten, tuinbouwbedrijven en natuurorganisaties
Dit zijn belangrijke actoren die mee vorm geven aan ons platteland. Met kennis van zake kunnen ook zij een wezenlijk verschil maken voor ons milieu met aandacht voor hun eigen gezondheid en die van de medemens. Daarnaast zijn heel wat vrijwilligers actief binnen natuurorganisaties waar zij graag een bijdrage leveren in het onderhouden en opwaarderen van zorgvuldig uitgekozen gebieden. Hen attenderen op de gevolgen van deze probleemonkruiden zal een nog gerichtere aanpak stimuleren.
Derde doelgroep: Landbouwers
Hun activiteiten op de akkers zijn erop gericht om economisch rendabel te zijn en te blijven. Dit is enkel mogelijk door oog te hebben voor een goede bodemkwaliteit en opbrengstverlagende factoren tot een minimum te herleiden. Eén van deze factoren zijn (probleem)onkruiden die niet alleen de opbrengst beïnvloeden maar ook een impact kunnen hebben op de gezondheid van het vee. Verder beschreef de overheid voorwaardes aangaande bepaalde probleemonkruiden (vb. korting op premies bij voorkomen doornappel) en leggen ook sommige afnemers (vb. bij groenten) eisen aan het perceel en kan de aanwezigheid van bepaalde probleemonkruiden leiden tot het annuleren van de oogst wat uiteraard zware financiële consequenties heeft. Hiermee zal ook het aantal teelten die in een gewasrotatie opgenomen kunnen worden slinken met gevolgen voor de biodiversiteit.
Het bewerken van de bodem en de verscheidenheid aan percelen op een landbouwbedrijf vergroot echter significant de kans op verspreiding. Specifiek voor Maasland is doornappel een onkruid dat dringend meer aandacht vraagt. Aangezien hier bestrijding/beheersing eerder op grote schaal dient te gebeuren, zal met de opvolging van validatiepercelen de verschillende bestrijdingsmethodes, zowel gangbaar als innovatief, in de kijker zetten. De specifiek opgemaakte beslisboom zullen zowel land- en tuinbouwers, natuurverenigingen, groendiensten en dergelijke helpen om een geschikte bestrijdingskeuze te maken.