Statut : projets en cours

GePASte pH: Praktische uitdagingen bij aanzuren van runderdrijfmest i.h.k.v. ammoniakemissiereductie

De stikstofuitdaging in de rundveehouderij vraagt om bijkomende, haalbare maatregelen. Aanzuren van rundveedrijfmest biedt hierbij perspectief. Door de pH van de mest te verlagen, verschuift het evenwicht van ammoniak naar ammonium. Hierdoor blijft meer stikstof in de mest en kan de ammoniakemissie worden beperkt.

De interesse in deze techniek groeit. Verschillende landbouwers experimenteren vandaag al met het aanzuren van hun drijfmest, maar vaak met verschillende producten en zonder een uniforme opvolging. Vanuit gesprekken tussen landbouwers, praktijkcentra en landbouworganisaties ontstond daarom de vraag hoe deze techniek op een praktische, betrouwbare en onderbouwde manier kan worden toegepast

Waarom aanzuren?

De ammoniakemissie uit de rundveehouderij vormt een belangrijke uitdaging binnen het stikstofbeleid. De vleesveehouderij beschikt momenteel over een relatief beperkt aantal potentiële maatregelen, waardoor bijkomende technieken noodzakelijk zijn. Ook voor de melkveehouderij is de uitdaging groot: tegen 2030 wordt een sectorale emissiereductie van 25% vooropgesteld.

In de melkveehouderij is doorgaans ongeveer 40% van de ammoniakemissie afkomstig uit de mestkelder en 60% van de rooster. Voor de emissies aan de rooster bestaan al verschillende maatregelen, zoals mestschuiven, mestrobots en emissiearme vloersystemen. Door drijfmest aan te zuren kan ook de emissie uit de mestkelder zelf worden teruggedrongen.

De werking is gebaseerd op het natuurlijke chemische evenwicht tussen ammonium (NH₄⁺) en ammoniak (NH₃). Door de pH te verlagen, verschuift dit evenwicht richting ammonium, waardoor meer stikstof in de vloeibare mest aanwezig blijft en minder ammoniak vervluchtigt. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een pH-daling van 0,3 gepaard kan gaan met een halvering van de ammoniakemissie. In het Nederlandse Topmest-onderzoek, uitgevoerd op 260 bedrijven, werd bovendien een pH-verschil van 1,18 tussen bedrijven vastgesteld. Op basis van berekeningen komt dit overeen met een potentiële reductie van meer dan 90% van de ammoniakemissie uit de mestkelder, of 37,5% op stalniveau wanneer ook de emissie van de rooster wordt meegerekend.

Van onderzoek naar praktijk

Het project richt zich op vier belangrijke praktijkvragen:

  • Welke emissiereductie is mogelijk door aanzuren?

  • Welke producten en methoden zijn beschikbaar?

  • Hoe en hoe vaak moeten deze worden toegediend?

  • Hoe kan de pH efficiënt en praktisch worden opgevolgd en geborgd?

Om hierop een antwoord te formuleren, wordt eerst gedurende een jaar de pH van rundveedrijfmest op verschillende bedrijven en op verschillende dieptes in de mestkelder gemeten. Deze metingen worden aangevuld met historische gegevens en resultaten uit andere projecten, zoals Mestmatch en Topmest. Zo ontstaat een brede referentiedataset over de gangbare pH van rundveedrijfmest en de variatie binnen en tussen bedrijven.

Daarnaast worden beschikbare producten voor aanzuring in kaart gebracht. Dit gaat van anorganische zuren tot biologische producten die via microbiële activiteit verzuring van de drijfmest stimuleren. Bestaand onderzoek, onder meer uit de mestcontainerproeven van ILVO in het kader van het Rambo-project, resultaten uit Rammonia en PAS-innovatieprojecten wordt hierbij gecombineerd met externe literatuur.

De meest relevante producten worden vervolgens getest in cubitainers van ongeveer 1.000 liter. Deze grotere proefvolumes sluiten beter aan bij de omstandigheden in een echte mestkelder dan kleinschalige laboratoriumproeven. Er wordt onder meer gekeken naar oppervlakkige toediening met en zonder mengen, korstvorming, de verspreiding van de verzuring over verschillende mestlagen en het bufferend vermogen van verschillende soorten en leeftijden van drijfmest.

Praktijkproeven en monitoring

De resultaten uit de cubitainerproeven worden vervolgens vertaald naar de praktijk. Op vier rundveebedrijven worden verschillende methoden van aanzuren getest. Daarbij wordt onderzocht hoe de verzuring zich doorheen de volledige mestkelder verspreidt en welke rol het mengen van de mest speelt.

Een belangrijk onderdeel van het project is de borging van de maatregel. Omdat er een duidelijke relatie bestaat tussen pH en ammoniakvervluchtiging, wordt onderzocht hoe de pH betrouwbaar kan worden geregistreerd. Verschillende systemen voor continue pH-monitoring worden onder praktijkomstandigheden getest en vergeleken met handmatige metingen. Op minstens twee bedrijven wordt vervolgens bekeken of continue monitoring kan worden gekoppeld aan continue dosering.

Naar een toepasbare maatregel

Het project moet duidelijk maken welke emissiereductie mogelijk is, welke producten en doseringen geschikt zijn en hoe de maatregel betrouwbaar kan worden opgevolgd.

De resultaten vormen een belangrijke basis voor de verdere erkenning van aanzuren als emissiereducerende maatregel en kunnen rundveehouders een bijkomende mogelijkheid bieden om hun stikstofemissies te verlagen. Tegelijk levert het project waardevolle kennis op voor de verdere ontwikkeling van aanzuren bij andere mesttypes.

Partenaires

Financement

Prendre contact

Nous contacter